Wintertied is in aantocht. In de nacht van zaoterdag 24 op zundag 25 oktober 2026 wordt de kloke om drei ure een ure trugzet: het wordt weer twee ure. In het boerencafé is dat reden voor een gesprek aan de stamtafel. “Zomertied begint in maart,” zegt de eerste stamgast. “Dan zetten we de klok een ure veuruut.” Zijn buurman schudt zijn hoofd. “Dat weet iederien. En wintertied begint in oktober. Dan gaot de klokke trug.” Een derde leunt achterover. Hij kent de datum precies: zaterdagavond 24 oktober. “Ik weet zelfs hoe laat,” zegt hij trots. “Om drie ure wordt het weer twee ure!”
De kastelein luistert achter de tap mee. Hij wijst naar het krijtbord, waar de datum al op staat. De mannen knikken tevreden. Ze hebben het goed onthouden en kijken elkaar aan alsof ze de klok persoonlijk hebben uitgevonden. Dan vraagt de kastelein wie er weet wanneer de rekening komt. Het wordt ineens stil. De ene kijkt naar zijn glas, de ander naar de deur en de derde wijst snel naar zijn buurman.



